|
Het Masterplan Arbitrage - een initiatief van vijftien sportbonden, VWS en NOC*NSF - heeft onder andere als speerpunt: meer toparbiters op alle niveaus. Topsport kan namelijk niet zonder topscheidsrechters en topjuryleden. Dat we die toppers in Nederland hébben, bewijst een (voorlopige) lijst met vijftien Nederlandse officials die tijdens de Olympische of Paralympische Spelen van Beijing zullen fluiten of jureren. (Hierbij ook judoscheidsrechter Henk Plugge, red.)
Jan Vlasblom is projectleider Masterplan Arbitrage bij NOC*NSF. 'De lijst van vijftien scheidsrechters/juryleden met een aanstelling op zak voor Beijing kan zeker nog langer worden, maar is qua procedure een zaak tussen internationale federaties en nationale bonden. NOC*NSF zit daar niet tussen.'
Wie zijn die sportofficials en bij welke sporten komen ze in actie? De shortlist ziet er als volgt uit: Hans Klopper (waterpolo), Michel Zalac en Erica Vink (tennis), Rob ten Cate en Peter von Reth (hockey), Henk Plugge (judo), Frans van de Konijnenburg (schoonspringen), Marcel Schormans (badminton), Stef Kerkhof (fietscrossen), Babette van de Wetering (trampolinespringen), Jolande Sap (ritmische gymnastiek), Aukje Molema (turnen vrouwen), Vincent Reimering (turnen mannen), André Bosveld en Edwin Wallaart (rolstoelbasketbal). Lopend Vuur sprak met enkelen van hen.
Bosveld startte zijn scheidsrechterscarrière in het basketbal begin jaren '90. Hij fluit inmiddels op het allerhoogste niveau: de nationale Eredivisie Basketball, en sinds 1999 ook het internationale rolstoelbasketbal. 'Ik heb mij geplaatst voor de Paralympische Spelen door de afgelopen jaren goed te presteren. Daarmee kom je in beeld en bouw je een bepaalde status op.'
Bosveld acteerde ook al bij de Spelen van Athene 2004. 'Het was alsof een jeugddroom uitkwam. Op jonge leeftijd moest ik wegens blessures stoppen met spelen. Toen waren er nog twee mogelijkheden: coach of scheidsrechter worden. Ik koos voor scheidsrechter en de Spelen zijn natuurlijk het hoogst haalbare.'
Wat toparbiters moeten doen om op het hoogste niveau te scheidsrechteren, komt gemiddeld neer op een tijdsinvestering van vijftien tot twintig uur per week. Waterpoloscheidsrechter Klopper: 'Je bent altijd scheidsrechter: voor, tijdens en na de wedstrijd. Vóór omdat je je moet inlezen, inleven en bijvoorbeeld spelregelkennis moet hebben. Tijdens is duidelijk, en ná om de wedstrijd correct te kunnen afhandelen. Je moet je altijd bewust zijn van je positie.'
Klopper - al 28 jaar fluitend en sinds 1992 drie tot zes keer per jaar over de grens -sprong een gat in de lucht toen hij hoorde dat hij naar China mocht. Judoscheidsrechter Plugge zag zijn aanstelling voor Beijing min of meer aankomen en kijkt reikhalzend uit naar augustus. Hij denkt niet dat vriendjespolitiek een grote rol speelt bij de toewijzingen binnen het judo. 'Er is sprake van een zware selectie, en om op de Spelen te kunnen staan doorloop je een traject van jaren.'
Plugge begon, net als de andere officials, onder aan de ladder. 'In 1980 floot ik als eerste bij Budosport Westland. In 1991 ging ik nationaal fluiten en twee jaar later Europees. In 1999 volgde een wereldexamen in Zuid-Afrika. In 2004 was ik nog Olympische reserve, maar nu zit ik erbij. Ik verheug me er erg op.'
'Nederlandse toparbiters op de Olympische en Paralympische Spelen zijn absoluut een voorbeeld en een stimulans voor de basis,' besluit Vlasblom. 'Het imago van de scheidsrechter verbetert erdoor, en het zal zeker wervend werken. Daarom vind ik het ook goed dat steeds meer bonden en verenigingen hun jeugd in een vroeg stadium laten ervaren hoe het is om arbiter te zijn. De arbiter in de dop is de latere top.'
Voor meer informatie: www.fluitendhetveldop.nl
|