|
Wat spannend! Voor de eerste keer naar een judotoernooi dat nooit eerder georganiseerd werd!
’s Morgens de jeugd en ’s middags de senioren. Bij binnenkomst in de sporthal hing er een heerlijke sfeer. Lekker ontspannen en vol verwachting. Na het
omkleden en de weging kregen we de wedstrijdkaarten, die zoals we gewend zijn,
gekleurd waren. Iedereen wist dus waar hij/zij moest zijn. We kregen ook
lunchpakketten. Dat zag er lekker uit! Helaas hadden de meesten al gegeten. De
volgende keer is misschien een pakje drinken en een snack genoeg.
Ook vond ik het leuk dat er voor het eerst een Russische ploeg meedeed. En die konden wel héél goed judoën. Zo goed zelfs, dat er een aantal mensen naar mij toe kwam om te vragen of het wel G-judo en niet regulier judo was. Na observatie moest ik toch concluderen dat de judoka’s volgens mij allemaal een beperking hadden, maar dat het niet zo goed te zien was. Zo was er een meisje met dwerggroei bij, en die is sowieso in het voordeel omdat ze een laag gewicht heeft, maar wel de ervaring en de kracht van een volwassen vrouw. Een goed voorbeeld kunt u zien op YouTube met Dustin Carter. Zo kan ik nog wel een paar voorbeelden noemen.
Foto's © Bob Lefevere
In de jaren ’80 kwam er een jonge judoka van een jaar of 7 bij mij op judo. Op het eerste gezicht zou hij niet de schoonheidsprijs winnen. Hij was kaal en iel, en rook niet al te fris. Dat zeg ik niet om hem te kleineren, maar hij durfde gewoon niet onder de douche met andere jongens, omdat hij een vreselijke hekel had aan zijn eigen lichaam. Het bleek dat hij het eerste halfjaar zich normaal ontwikkeld had (ik heb nog babyfoto’s van hem gezien, waarop hij nog haar had), daarna kreeg hij overal blaren die gingen ontsteken en hij moet toentertijd erge pijn geleden hebben. Dit syndroom wordt genoemd: Epidermolysis Bullosa. In mijn ogen een milde vorm, maar volgens zijn moeder een ernstige vorm. In het begin dacht ik: wat moet ik met dat joch? Tenslotte is het bekend dat de blaarvorming ontstaat door wrijving van de kleding over het lichaam en bij judo is dat natuurlijk niet te vermijden. Maar goed, tot zover een stukje geschiedenis. Hij bleek ook motorisch zó goed in elkaar te steken, dat hij dingen uitvoerde, die mij hogelijk verbaasde. Zo heb ik hem zien jongleren met 3 balletjes, al lopend op een grote ronde bal, tijdens een circusvoorstelling. Hij was helemaal gek van vechtsporten. Judo was de enige sport die hij mocht beoefenen van zijn mentor en moeder. Eigenlijk wou hij zelf liever karate doen. In ieder geval was judo hem op het lijf geschreven. Na een crisis in het tehuis, heeft zijn moeder hem weer naar huis gehaald, en mij min of meer gevraagd of ik hem onder mijn hoede wilde nemen. Daarom nam ik hem vaak mee naar mijn eigen judotraining bij de BC Krommenie. We hebben menig uurtje daar doorgebracht. Ik had hem min of meer een kata geleerd, op muziek, omdat hij zich in de praktijk dan beter kon concentreren. Dat bleek een smashing hit te zijn! We hebben menig keer opgetreden in vele dojo’s. Hij was een fenomeen. Als iemand tegen hem moest judoën, sloeg de paniek bij de tegenstander toe. Niet terecht, want hij legde zijn tegenstander altijd keurig netjes neer. Hij smeet ze niet door de mat, maar dit terzijde. Al gauw kwamen coaches op mij af, om mij te vragen of hij niet in het reguliere judo kon meedraaien. Tenslotte vonden zij dat hij qua niveau niet in het G-judo thuishoorde. Het is ook een natuurlijke reactie om de andere judoka uit te sluiten, omdat jouw judoka niet van hem kan winnen. Maar… misschien zouden de trainers eens wat meer de hand in eigen boezem moeten steken. Een van de Russische judoka’s had een duidelijke diplegie (stijve verlamming in de benen). Toch stond hij heel stevig en gooide menig tegenstander op de rug. Ik ben dan altijd benieuwd hoe de leraar/coach/trainer dat voor mekaar gekregen heeft. Dat vind ik veel interessanter dan zeuren over het niveau. Het bleek dat, volkomen logisch, ik had het zelf kunnen bedenken, er een hoge mate van Sambo-worstelen in de training werd gemixt. En dat is bekend bij het Russische judo.
Ook vond ik het leuk, dat Cecilia Evenblij met een grote groep G-judoka’s uit Zwitserland was gekomen. Wij kennen Cecilia nog van de cursus Judo Leraar A in Noord-Holland, waar een van de docenten beweerde, dat G-judo therapie in een wit pak was. Cecilia liet dat niet over haar kant gaan en schreef een scriptie over G-judo. Grote klasse! Na haar emigratie naar Zwitserland is het G-judo-virus dus niet gestopt.
Er zit volgens mij een groot potentieel in dit toernooi.
Met Walibi Flevo naast de deur, moet dit toch een weekendevenement kunnen worden.
Persoonlijk ben ik blij dat ik Bart Heerikhuisen heb kunnen overtuigen van het feit dat een judotoernooi beter onder auspiciën van de JBN georganiseerd kan worden, dan door externe partijen. De JBN heeft dan ook het beleid dat zij de enige organisatie is die de belangen van alle judoka’s behartigt. Ook die met een beperking. Misschien ten overvloede, het is niet alleen wedstrijdsport, maar ook recreatieve judospelen en graduaties komen uitgebreid aan bod.
Ik zie bij externe organisatie een soort eenheidsworst ontstaan: ook recreatieve judoka’s moeten dan wedstrijdjes tegen elkaar doen. Zelfs als ze de regels niet weten, of de techniek niet beheersen om iemand te overwinnen. Dan blijkt het protocol van het vlag hijsen belangrijker te zijn dan de deelnemer. Immers, er wordt niet gekeken naar wat de deelnemer wil, maar naar wat de organisatie wil.
De Nationale Commissie voor Judoka’s met een beperking (NCJG) wil dan ook de draad weer oppakken om recreatieve judospelen te gaan aanbieden op kleine G-judoevenementen.
Wat heeft het voor zin, als je een regionaal judoevenement organiseert en je tot de conclusie komt dat je te weinig deelnemers hebt om goede poules te kunnen maken, om dan onmiddellijk het landelijk judobestand van judoka’s aan te schrijven. Zou het niet beter zijn om instanties aan te schrijven en hun deelnemers/leerlingen een instap judospelen circuit aan te bieden. Dat kan op de locatie zelf, maar dat kan ook in een dojo. Dat lijkt mij veel zinvoller dan de eerste benaderingswijze. Men zegt wel eens: “Beter goed gejat, dan slecht zelf bedacht.”. En zo is het maar net. De stichting Shoganai Judo Dronten is in ieder geval een feit. En bij de JBN hebben zij het recht om eigen sponsors en fondsen aan te schrijven zonder restricties. Bij de JBN krijg je ook goed advies over hoe je een G-toernooi /evenement het beste kan organiseren. En we zijn best trots op onze expertise.
BvdE
 |