Het trainingsseizoen is weer begonnen. Dat betekent dat onze temperatuur tijdens het bewegen weer oploopt. De een zal meer dan de ander zweten. Tijdens veel trainingen en wedstrijden is gebleken dat zowel bij ervaren als bij beginners het drinken tijdens het sporten te weinig is. Onvoldoende drinken kan voor sporters een enorm beperkende factor zijn. Om vochtverlies tijdens trainingen en wedstrijden te beperken wordt een goede inname van vocht vereist.
Tijdens het sporten functioneert het maag-/darmstelsel veel minder goed dan normaal. Het kiezen van het juiste vocht is dan van groot belang. De juiste drankkeuze hangt af van de behoefte van het lichaam. Ook de snelheid waarmee de drank door het lichaam wordt opgenomen, is van invloed. Tijdens het sporten kan er een tekort ontstaan aan vocht en aan koolhydraten (energiebron). Deze tekorten kunnen het prestatievermogen negatief beïnvloeden. Het vochtverlies is van diverse factoren afhankelijk. Zo zullen temperatuur, luchtvochtigheid, duur van de inspanning, de intensiteit van de inspanning en de kleding die men draagt, van belang zijn.
Isotone/hypertone dranken Isotone dranken of dorstlessers zijn drankjes met als ingrediënten koolhydraten (glucose), water en zout. Bij deze sportdrank komt de suikerconcentratie overeen met die van het menselijk bloedplasma. Vandaar de term isotoon. Door de combinatie wordt het vocht versneld door de maag-/darmwand opgenomen. Welke drank je zelf het best kan verdragen of het meest prettig vindt om te drinken tijdens trainingen of wedstrijden moet je zelf proberen. Dit zijn wel de drankjes die je het best tijdens het sporten kunt gebruiken. De energiedranken (hypertone dranken) zijn uit dezelfde ingrediënten opgebouwd maar het grote verschil zit hem in de concentratie koolhydraten. Deze bevatten meer koolhydraten per liter. De suikerconcentratie is dus hoger dan de bloedplasmaglucoseconcentratie. Vooral in de eerste uren na de inspanning zorgen ze voor een snelle aanvulling van de aangesproken energievoorraad. Vlak voor of tijdens de inspanning zijn deze dranken echter af te raden. Door het hoger suikergehalte blijft dit vocht langer in de maag. Hierdoor zal de vochttoevoer, die juist nodig is om dit gebrek aan te vullen, vanuit de maag naar de rest van het lichaam vertraging oplopen. Ook kan het lichaam gaan protesteren door de grote hoeveelheid suikers die worden opgenomen en maag-/darm-klachten geven zoals oprispingen, misselijkheid, steken in de zij, braken of maagkrampen.
Hoeveel moet je drinken? Het is altijd moeilijk om met een getal aan te geven wat genoeg is. Dit is voor iedereen verschillend en hangt voornamelijk af van de omgevings- en lichaamsfactoren. Het lichaam heeft een heleboel regelsystemen die zorgen dat de warmtehuishouding tussen de 35 en 42 °C blijft. Zweten is een van die mechanismen die energie afvoeren. De maximale zweetsnelheid ligt tussen de 1,5-3,0 liter per uur. Dit zweetverlies gaat op den duur ten kosten van het prestatievermogen. Uit testen blijkt dat een verlies van 2,5% vocht (van het lichaamsgewicht) een prestatiedaling laat zien van 25%. Dit komt tot uiting in verlies van uithoudingsvermogen, kracht, snelheid en coördinatie. Het is dus belangrijk om dehydratie (het verminderen van de hoeveelheid vocht in het lichaam) te voorkomen. Een dorstprikkel vanuit het lichaam is wel aanwezig maar als dat zich aandient, is het al te laat. We moeten het dus zelf voor zijn en het tekort voor aanvang van de inspanning aanvullen. Hoe kun je hier nu zelf achter komen? Het is goed om informatie over jezelf op te schrijven. Bepaal je gewicht voor en na een training of toernooi. Doe dit met zo weinig mogelijk kleding aan. Na inspanning doe je hetzelfde. Kijk hoeveel het gewichtsverschil is. Ook belangrijk is het om te weten hoeveel je tijdens de bewuste inspanning hebt gedronken. Aan de hand van deze gegevens kun je afleiden hoeveel vochttekort er is om weer een juiste balans te krijgen. Uit literatuur is gebleken dat bij een duurinspanning van een uur het lichaam 60 gram koolhydraten tot zich kan nemen. Meer toevoeging van koolhydraten heeft dan ook geen zin. Dit kunnen we ook naar het judo herleiden. De wedstrijden duren weliswaar maar tien minuten maximaal maar het energie- en vochtverlies zijn wel degelijk aanwezig. Omdat het nogal eens voorkomt dat er tussen twee wedstrijden nogal wat tijd zit, is het belangrijk te weten dat de eerste twee uur na een inspanning zeer belangrijk zijn voor het herstel. Het is dan ook van groot belang om de fase na een intensieve inspanning te benutten om een eventueel vochttekort op te heffen en de energievoorraad weer aan te vullen.
Conclusie " Neem vaker de tijd om tijdens trainingen je vochtbalans op peill te houden. " Een isotone dorstlesser is beter dan alleen water. " 60 gram koolhydraten per uur is het maximum dat het lichaam opneemt. " Het prestatievermogen zal met meer drinken beter zijn.
|