|
Vrijdag 27 augustus is Anton Geesink in Utrecht overleden. Hij werd 76 jaar. Geesink was één van de beste judoka’s ooit. Hij werd 21 keer kampioen van Europa, driemaal wereldkampioen en kroonde zich in 1964 tot Olympisch kampioen. Na zijn sportcarrière zette Geesink zich op actieve wijze in voor de ontwikkeling van de judosport en sport in het algemeen. Zo werden, naar een idee van Anton Geesink, blauwe judopakken ingevoerd.
Jos Hell, voorzitter van de Judo Bond Nederland: “De gehele judowereld is diep geraakt door dit onverwachte en tragische verlies. Met Anton Geesink verliezen we een buitengewone sportman, een zeer bekwaam bestuurder en een ontzettend goede vriend. Onze gedachten gaan uit naar zijn naaste familie.”
“Anton Geesink was een weergaloos sportman, één van de allergrootste judoka’s aller tijden. Hij is van doorslaggevende betekenis geweest voor de internationale belangstelling voor judo als Olympische sport. Na zijn sportcarrière was Geesink een internationaal bestuurder van formaat. Hij heeft voortdurend geknokt voor vernieuwing in de sport, waarbij voor hem de sporter altijd centraal stond.”
Sinds 1987 was Geesink, op persoonlijke titel, lid van het Internationaal Olympisch Comité. Hij maakte zich ook in die functie buitengewoon verdienstelijk voor de sport. Voor de afgelopen Olympische Winterspelen in Vancouver (2010) werd Geesink voor de elfde keer in successie benoemd tot IOC Gedelegeerde in de functie van ‘Delegate Member for Games Observation’.
In 1997 verkreeg Anton Geesink de tiende Dan judo, waarmee hij één van de hoogst gegradueerde judoka's ter wereld werd. Voor al zijn verdiensten werd Geesink eveneens benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Geesink was tevens Erelid van de Judo Bond Nederland en werd viermaal verkozen tot Sportman van het jaar.
Anton Geesink is van doorslaggevende betekenis geweest voor de ontwikkeling van de judosport. Dankzij het behalen van de wereldtitel in 1961 en het Olympisch goud van 1964 is judo een volwaardige Olympische- en mondiale sport geworden.

De topsportloopbaan van de geboren Utrechter kende vele hoogtepunten. Tussen zijn eerste Europese titel, 1952 in Parijs, en zijn laatste Europees gouden medaille, 1967 in Rome, zit bijna vijftien jaar. In totaal won Geesink 21 Europese titels. In 1961 kroonde Geesink zich voor het eerst tot wereldkampioen. In Parijs versloeg Geesink de Japanner Koji Sone. Voor het eerst in de historie ging de wereldtitel naar een niet-Japanse judoka. Geesink zou zich nog tweemaal kronen tot wereldkampioen.
Drie jaar later schreef ‘de volksjongen uit Wijk C’ geschiedenis. In Tokio werden de Olympische Spelen gehouden en judo, een nationale volkssport, stond voor het eerst op het programma. Geesink bleek onverslaanbaar en presteerde het onmogelijke door in de finale de Japanner Akio Kaminaga te verslaan. Geesink zette daarmee de judosport voor altijd op de kaart.

|